De geboortezorg verbeteren door te leren van wat goed gaat

Hoogleraar Ank de Jonge werkt samen met docent en verloskundige Jolanda Boxem en onderzoeker Sarah Lips aan het verbeteren van integrale geboortezorg. Het doel: integrale geboortezorg leveren van goede kwaliteit die aansluit bij wat voor een vrouw belangrijk is, zoals een gezond kind en een goede bevallingservaring. Hiervoor ontwikkelen ze in 2 regio’s een aanpak waarbij ze vooral leren van wat goed gaat. 

Bijeenkomsten waarin we leren van fouten zijn nuttig, maar ik ga er toch altijd een beetje depressief weg, vertelt hoogleraar Ank de Jonge. ‘Door te kijken naar wat niet goed gaat ben je ook snel geneigd om te wijzen naar de zorgverlener die een fout heeft gemaakt. Wat me charmeert aan de SWING-studie is de positieve insteek. Zorgverleners zijn niet het probleem, maar de oplossing! Zij werken dagelijks met protocollen en wijken daar vanaf als de situatie erom vraagt. Dat vind ik juist heel sterk en hierin moeten we ze bekrachtigen. Dat geeft veel meer energie.’ 

 

SWING-studie

Het projectteam van de SWING-studie onderzoekt hoe toekomstige en jonge ouders en zorgverleners samen leren, waarbij het vooral gaat om leren van wat goed gaat (methode Safety II). Jolanda Boxem: ‘In 2 regio’s zijn we een leer- en verbeternetwerk aan het opzetten bestaande uit zorgverleners, onderzoekers en cliënten. Samen willen we de kwaliteit van de geboortezorg verbeteren. We zien dat in de praktijk regelmatig wordt afgeweken van de protocollen. Logisch, want we moeten ons voortdurend aanpassen aan de omstandigheden, zoals ook nu in tijden van corona. Door die aanpassingen gaat juist veel goed.’ 

Aan de hand van de FRAM-methode, 'Functional Resonance Analysis Method', visualiseert het team processen zoals deze in de alledaagse praktijk op de werkvloer worden uitgevoerd en vergelijken die met de protocollen. Jolanda: ‘In welke situaties wordt er afgeweken, hoe pakt dat uit in de praktijk en wat kunnen we daarvan leren? Deze methode komt van oorsprong uit de vliegtuigindustrie. Met onze ervaring hopen we FRAM geschikt te maken voor de geboortezorg. Uiteindelijk willen we onze kennis delen met anderen via een handboek.’ 

'Je kunt leren hoe een huwelijk slaagt door te kijken naar waarom huwelijken stranden (SAFETY I), of juist door te kijken naar de positieve elementen (SAFETY II). Je kunt van beide methoden leren, maar de focus op positieve elementen geeft veel meer energie', aldus Ank de Jonge 

 

Multidisciplinaire intervisiegroep

Samen met zorgverleners, onderzoekers en cliëntvertegenwoordigers heeft Ank de subsidieaanvraag voor ZonMw geschreven. ‘Je leert al veel door met elkaar te bedenken wat je gaat doen. Vervolgens zijn we met de 2 regio’s in gesprek gegaan over het plan. Zij waren enthousiast over deelname aan een multidisciplinaire intervisiegroep.’  

‘Zorgverleners kijken goed naar hun eigen bijdrage aan de zorg, maar weten niet altijd hoe een andere zorgverlener te werk gaat’, is Jolanda’s ervaring. ‘De verpleegkundige weet bijvoorbeeld vaak niet wat de verloskundige al heeft besproken met een toekomstige moeder die in het ziekenhuis terecht komt. In de multidisciplinaire intervisiegroep wordt iedereen uitgedaagd om breder te kijken. Na de eerste bijeenkomst ontdekten we dat iedereen inspeelt op de verwachtingen van de toekomstige ouders en hen voorbereiden op wat komen gaat. In de toekomst kunnen we nog beter afstemmen welke voorlichting we geven, zodat informatie bijvoorbeeld niet dubbel of tegenstrijdig is.’ 

'Het is mooi om een stuk bewustwording in het team te zien: wat doen we als team, wie vervult welke rol en hoe zorgen we samen voor een gezonde moeder, gezond kind en een cliënt en partner die tevreden terugkijken op deze bijzondere periode', aldus Jolanda Boxem 

 

Ervaringen

Jolanda en Sarah leggen aan zorgverleners een vragenlijst voor om te onderzoeken hoe zij het leren en samenwerken in een verloskundig samenwerkingsverband ervaren. Daarnaast observeren ze hoe het leren in een leer- en verbeternetwerk verloopt. ‘We bespreken casussen en hopen dat we kunnen meten of dit succesvol is, bijvoorbeeld door aanpassingen in werkwijzen of een toename van gewenste uitkomsten. Ook vragen we toekomstige en jonge moeders hun ervaringen met de zorg te delen in een vragenlijst of door deelname aan themabijeenkomsten. De resultaten bespreken we in de intervisiegroep. Met zorgverleners, onderzoekers en onze cliënten onderzoeken we zo hoe we de zorg kunnen verbeteren en creëren we een leer- en verbeternetwerk.’ 

 

Samen met toekomstige en jonge ouders

Samen met toekomstige en jonge ouders onderzoeken wat beter kan vindt Ank belangrijk. ‘Dit beveelt de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg ook aan.’ Jolanda vertelt hoe zij dit doen: ‘In Hoorn hebben we de moederraad bijgewoond en gevraagd wat de moeders belangrijk vinden in de regio. Ze hebben meegedacht over een protocol dat door zorgverleners is gemaakt. Naar aanleiding van hun input is het protocol aangepast. Wij zijn ook van plan om 2x per jaar een themabijeenkomst te organiseren, de eerste over borstvoeding was in ieder geval een succes. Daarnaast brengen we de moeders op de hoogte van de onderzoeksresultaten.’

Het kunnen betrekken van bestaande groepen zoals de moederraad in Hoorn helpt enorm bij het onderzoek. ‘In Amsterdam is nog niet zo’n bestaande moederraad en zijn we afhankelijk van de deelname van individuele (toekomstige) moeders’, vertelt Jolanda. ‘We zijn nu hard bezig om een representatieve groep bij elkaar te krijgen. Dat is nog niet eenvoudig. Zorgverleners helpen ons hierbij.’ Ank ziet ook hier de positieve kanten van in: ‘Misschien werkt de SWING-studie in Amsterdam wel als katalysator om dit punt in de zorgstandaard op gang te brengen.’ 

 

Uitdagingen

‘FRAM is best een ingewikkelde methode’, vindt Ank. ‘Ik zie het als een uitdaging om te kijken of we het kunnen vereenvoudigen voor gebruik in de geboortezorg.’ ‘Gelijk een les voor ons: niet teveel willen’, aldus Jolanda. ‘We moeten de methode in hapklare brokken aanbieden en gebruiken als middel om het gesprek op gang te brengen. Vaak is het nodig even een stapje terug te doen en te reflecteren. Daarnaast brengt corona uitdagingen met zich mee. We zoeken alternatieven om het onderzoek vooral online uit te voeren. Dat vraagt een andere voorbereiding dan een live bijeenkomst: hoe zorgen we ervoor dat we online kunnen leren en reflecteren?’ 

‘Een FRAM-expert heeft ons geholpen om de methode online uit te leggen aan zorgprofessionals. Ondanks het digitaal samenzijn was er toch veel interactie door middel van powerpoint, filmpjes, opdrachten en een quiz.’ 

 

Toekomst

Jolanda hoopt dat het ‘leren van wat goed gaat’ over 3 jaar in verloskundige samenwerkingsverbanden door heel Nederland wordt toegepast. ‘Onze rol zal steeds kleiner worden. Uiteindelijk hopen we dat zorgverleners zelf aan de slag gaan met FRAM, moederraden in hun regio bijwonen of met cliënten samen toewerken naar het verbeteren van de zorg.’ Ank voegt toe: ‘Dankzij de SWING-studie kunnen we de komende 2 jaar nog allerlei dingen uitproberen en meer vat krijgen op hoe we van elkaar kunnen leren. Onze kennis bundelen we in een handboek. Zodat dit uiteindelijk leidt tot het verbeteren van de geboortezorg.’

Ank en Jolanda hopen ook met deze aanpak een brug te slaan tussen de 2 visies die er op geboortezorg zijn. Ank: ‘Aan de ene kant: een kind krijgen is iets natuurlijks, professionals staan je bij en bieden alleen medische ingrepen aan als het mis gaat. Aan de andere kant: een kind krijgen is een risicovol zorggebeuren dat je goed moet monitoren en waarbij je tijdig moet ingrijpen. Deze 2 visies komen soms moeilijk samen. Mijn droom is dat deze instrumenten ons daarbij helpen.’ Jolanda voegt toe: ‘Dit zie je nu al gebeuren in de intervisiegroepen. De verschillende waarden, de manier waarop je geboortezorg benadert, leveren veel gespreksstof op. Hoe werk je samen als je dezelfde doelen hebt, maar wel een verschillende visie om tot dezelfde resultaten te komen?’ 

 

Tips

Wil je zelf een leer- en verbeternetwerk opzetten in jouw regio? Een tip van Ank: ‘Begin met enthousiaste mensen uit de beroepsgroep.’ Jolanda voegt toe: ‘Het bespreken van concrete casuïstiek helpt om mensen direct aan te spreken op hun professionaliteit. Vraag hoe ze iets hadden bedacht en hoe het uiteindelijk is uitgevoerd. Dat brengt de discussie al snel op gang.’ 


Ank de Jonge is hoogleraar in verloskundige wetenschap bij Amsterdam UMC en daarnaast eerstelijns verloskundige.
‘Ik vind het geweldig om mensen te begeleiden bij een zwangerschap en bevalling. Het is zo’n belangrijke gebeurtenis in hun leven en het is bijzonder om dat van dichtbij mee te mogen maken. Ik combineer nog steeds praktijk en onderzoek. Ik ben nieuwsgierig en wil graag nieuwe dingen leren. Veel verloskundige zorg is gebaseerd op ervaring en gewoontes. Vanuit mijn passie voor het vak wil ik de kwaliteit van de zorg verbeteren en zorgen dat het werk meer op evidence wordt gebaseerd.’ 


Jolanda Boxem is verloskundige en docent verloskunde/coach aan de Academie Verloskunde Amsterdam Groningen. 
'Ik heb als eerstelijns en klinisch verloskundige gewerkt. Nu draag ik mijn kennis over via het docentschap. Mijn belangrijkste drijfveer is om goed opgeleide, kwalitatief hoogstaande verloskundigen af te leveren aan het werkveld. Ik ben betrokken bij de SWING studie als onderzoeker: niet mijn normale vak. Maar het heeft veel raakvlak met mijn achtergrond en coaching. We hanteren in de studie een positieve benadering, waarbij we leren van het goede. Precies wat ik in mijn coaching ook doe.’


Bron: ZonMw

Gerelateerd nieuws

'How about mom' is een app om moeders door het eerste jaar als moeder heen te leiden. Met een team...