Instrumenten voor zorgverleners bij dementie: contact maken en pijn herkennen

Het gedrag van mensen met gevorderde dementie is vaak moeilijk te begrijpen. Waaraan hebben zij behoefte? Hebben ze pijn? Het Namaste Familieprogramma en een screeningslijst voor pijn bieden concrete handvatten om de zorg te verbeteren.

Het Namaste Familieprogramma is ontwikkeld in Amerika en wordt wereldwijd gebruikt in meer dan tien landen. Ook in Nederland blijkt deze relatief eenvoudige interventie de kwaliteit van leven van mensen met (ver)gevorderde dementie te verhogen, zonder inzet van extra personeel. ‘In dit programma richten zorgverleners, familieleden en vrijwilligers zich op individueel contact met bewoners. Denk aan een handmassage geven, samen een lievelingslied luisteren en echt de tijd nemen voor lekker eten en drinken’, zegt senior onderzoeker Hanneke Smaling.

 

Dagelijks aanbod

Smaling, verbonden aan de afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde van het LUMC, leidde een recentelijk afgerond grootschalig onderzoek naar het effect van dit programma in Nederland. Tien verpleeghuizen boden het programma dagelijks aan bewoners aan, negen andere verpleeghuizen vormden de controlegroep. Vragenlijsten, observaties en interviews wijzen uit dat de stemming en het gedrag van mensen met vergevorderde dementie verbetert. Ook gaan deze bewoners meer en beter praten.

 

     
 

‘Een dochter vertelde dat haar moeder eerst alleen nog onverstaanbare geluiden maakte, maar na de invoering van Namaste weer wat woorden sprak’

 
     

 

Naasten en zorgverleners zijn positief over het programma. Familieleden spreken van een betere sfeer en hebben meer het gevoel dat zij hun naaste veilig op de afdeling kunnen achterlaten. Ook vinden zij het prettiger om op bezoek te komen. ‘Een dochter vertelde dat haar moeder eerst alleen nog maar onverstaanbare geluiden maakte, maar na de invoering van Namaste weer wat woorden sprak. Soms ben ik nog steeds verbaasd dat iets heel simpels, namelijk structureel persoonlijke aandacht geven, zoiets moois oplevert’, vertelt Smaling. 

 

Huiselijk 

Het woord Namaste komt uit het Sanskriet en betekent ‘ik buig voor jou’. In verschillende Aziatische landen gebruiken mensen deze groet om respect te tonen. Elke Namaste-sessie begint en eindigt met een groet aan de bewoners. Idealiter zijn er elke dag twee sessies van twee uur. Gedurende deze sessies verblijven de deelnemende verpleeghuisbewoners in een aparte ruimte. Deze ruimte is extra huiselijk gemaakt en afgezonderd van de dagelijkse drukte. De Namaste-sessies worden geleid door een Namaste-medewerker. Dit kan bijvoorbeeld een verzorgende, verpleegkundige of activiteitenbegeleider zijn.

 

Uitgebreide toolkit

De onderzoekers maakten een uitgebreide toolkit om het Namaste-programma uit te voeren. Het is een opvallend goedgevulde gereedschapskist, vol met handleidingen, video’s, trainingen, informatiebrochures en posters. ‘We hebben bewust prioriteit gegeven aan concrete producten die de invoering van het programma verder kunnen brengen’, vertelt Smaling. ‘Op kleine schaal bieden we het programma ook aan bij mensen met dementie die thuis wonen. Ervaringen uit andere landen laten ook voor de thuissituatie positieve resultaten zien.’

 

Pijn herkennen

Een gratis digitale toolkit is er ook voor de zogeheten PAIC15, een observatie-instrument om pijn te herkennen bij bewoners met dementie. De toolbox bevat onder andere een e-training die verpleegkundigen en verzorgenden kunnen gebruiken om met dit instrument te leren werken. PAIC staat voor Pain Assessment In Cognitive impairment. Zorgverleners observeren met dit instrument gezichtsuitdrukkingen, lichaamsbewegingen en stemgeluiden. ‘Mensen met dementie kunnen vaak niet meer aangeven dat ze pijn hebben. We weten dat de helft tot driekwart van mensen met dementie pijn ervaart, maar vaak wordt dit niet herkend’, zegt postdoc-onderzoeker Petra Braaksma van het UMCG. En als pijn niet wordt herkend, blijft behandeling achterwege en lijden mensen onnodig.

 

     
 

Europees team
PAIC15 is ontwikkeld door een Europees team waaraan twee Nederlandse universitaire netwerken deelnamen. Het UMCG werkt in het Universitair Netwerk Ouderenzorg-UMCG (UNO-UMCG) samen met twintig ouderenzorgorganisaties in Noord- en Oost-Nederland. In Zuid-Holland vormt het LUMC met ouderenzorginstellingen het Universitair Netwerk voor de Care sector Zuid-Holland (UNC-ZH).

 
     

 

De onderzoekers achter PAIC15 hebben niet alleen een toolbox gemaakt, er loopt inmiddels ook in twee verpleeghuizen een implementatie- en effectonderzoek. Een implementatiedeskundige van het Universitair Netwerk Ouderenzorg-UMCG adviseert de verpleeghuizen bij de invoering van het instrument. ‘We zien dat elke instelling een eigen strategie kiest’, vertelt Braaksma. ‘Zo heeft een van de verpleeghuizen ervoor gekozen om per afdeling een “pijncoach” te benoemen. Zo’n coach is een goed aanspreekpunt voor de verpleegkundigen en verzorgenden en heeft een voorbeeldfunctie.’

 

Helpen bij de invoering

Met de resultaten van de studie hoopt Braaksma andere verpleeghuizen te kunnen helpen bij een efficiënte en effectieve invoering van dit observatie-instrument. Gebleken is al dat ook fysio- en ergotherapeuten graag met de observaties meedoen. Omdat zij de patiënten vaak op andere momenten en in andere situaties meemaken, geven hun scores waardevolle aanvullende informatie. ‘Zo leren we gaandeweg steeds meer over het gebruik van de PAIC15 én over de opbrengsten. Daarom vullen we de toolbox regelmatig aan. Er komen steeds weer nieuwe producten beschikbaar, variërend van protocollen en handleidingen tot video’s en artikelen.’ 


Academische Werkplaatsen

De bij PAIC15 betrokken universitaire netwerken in Groningen en Leiden krijgen structurele financiering binnen het ZonMw-programma Kennisinfrastructuur Academische Werkplaatsen Ouderenzorg. ZonMw verleende subsidie aan het Namaste Familieprogramma vanuit Memorabel. Het implementatie- en effectonderzoek naar de PAIC15 vindt plaats met financiering uit het programma Huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde, dat ZonMw uitvoert voor de SBOH. 

Bron: ZonMW, auteur Gonny ten Haaft

Gerelateerd nieuws