Beeldbellen met de huisarts in coronatijden

De koudwatervrees voor beeldbellen die huisartsen mogelijk hadden, is door de coronacrisis noodgedwongen verdwenen. Waar in pre-coronatijden beeldbellen en digitale consultvoering vaak maar door een kleine groep enthousiastelingen werd gebruikt – zowel aan de kant van de patiënt als professional – heeft de coronacrisis veel mensen over de drempel geduwd. SmartHealth over de ervaringen bij huisartspraktijken en zorggroepen in het land, en hun adviezen voor collega’s.

Het effect van de coronacrisis is dat ‘iedereen’ tegelijk aan de slag moet met beeldbellen en andere digitale oplossingen, zowel patiënten als zorgverleners. Bovendien is bekostiging geen belemmering meer om beeldbellen in te zetten binnen de huisartspraktijk. Een digitaal consult kan worden gedeclareerd, wat een aantal jaar geleden nog niet kon.

 

Snel naar 40 praktijken

SmartHealth vroeg huisartspraktijken en zorggroepen in het land naar hun ervaringen. Hoewel het geen representatieve steekproef is, gebruikten drie van de vier ondervraagde zorggroepen de beeld-bel applicatie van FaceTalk voor beeldbellen. Lidwien Kruijswijk Jansen, directeur innovatie en ICT bij Federatie Eerstelijnzorg Almelo, zegt: “Op de huisartsenpost in Almelo werd al een aantal jaar gebruik gemaakt van FaceTalk als beeldbeloptie. De ervaringen waren goed en ook patiënten zijn enthousiast. Patiënten vragen daar zelf ook regelmatig om een beeldconsult. Tot 12 maart 2020 was er maar een handjevol huisartsen mee aan de slag in de dagpraktijk, ná 12 maart kwam er bij FEA een hoos aan verzoeken binnen om beeldschermzorg te faciliteren voor de praktijken. Op 17 maart hebben we bij ruim 40 praktijken FaceTalk geïnstalleerd.”

Bij zorggroep Medicamus werd FaceTalk ook snel uitgerold. “Na wat aanloopproblemen met firewalls loopt het nu goed”, zegt Sylvia Haverkamp, CMIO van Medicamus. “Voor patiënten lukt het over het algemeen goed om de app te downloaden. Het gebruik daarna is makkelijk. Het gebruik is wisselend: sommige collega’s vinden het een prettige toevoeging, anderen bellen liever.”

Of het prettig is om te beeldbellen als huisarts of niet: professionals hebben door de coronacrisis niet veel keuze. Iedereen moet meebewegen naar meer digitale zorg. Op veel plekken in het land moet er door de coronacrisis per direct een alternatief gezocht voor fysieke consulten.

 

“De tijd leek nog niet rijp”

Aty de Ruiter, CMIO bij Unicum huisartsenzorg, ziet een groot verschil met de pilot met beeldbellen die drie jaar geleden bij de zorggroep in Zeist werd gedaan. “We deden met de applicatie ‘Mag ik meekijken’ ervaring op met beeldbellen. Destijds heeft het beeldbellen na de pilot fase helaas geen vervolg gekregen. De tijd leek nog niet rijp, de noodzaak was er nog niet.”

In maart van dit jaar benaderen steeds meer huisartsen in de regio Utrecht de zorggroep met de vraag welke applicatie geadviseerd wordt. De Ruiter: “We proberen bij UNICUM versnippering van het aantal applicaties tegen te gaan en kijken goed naar wat er binnen de reeds bestaande infrastructuur van de praktijken al ligt en mogelijk is. Daarom hebben we onze preferente leveranciers gevraagd om binnen drie maanden beeldbellen in de bestaande applicaties zoals VIP live en het patiëntenportaal van Pharmeon te implementeren. Vanuit de eerdere pilot met ‘Mag ik meekijken’ hebben we Facetalk ingezet met een contract voor beperkte periode, drie maanden, en vlot geïmplementeerd bij de huisartspraktijken. Binnen drie dagen was alles werkend.”

Juist in dit soort crisissituatie kan het goed werken om regionale aansturing en organisatie te hebben, zegt Jan Erik de Wildt, directeur bedrijfsvoering bij zorggroep DOH in Eindhoven. “Een gebrek aan coördinatie leidt ertoe dat er verschillende systemen gebruikt worden, als iedereen zijn eigen oplossing kiest. Dat wilden we tegengaan.” In de regio van DOH waren een aantal huisartsenpraktijken met beeldbellen via WeDoSee aan de slag, vanuit de zorggroep wordt beeldbellen vanuit VCare gratis aangeboden aan praktijken. “Daar hadden wij net een afspraak mee als telefonie-oplossing. Wij betalen tot het einde jaar van het jaar de beeldbel-oplossing van VCare, zodat er geen financiële drempel is voor de huisartsenpraktijken om aan te sluiten.”

De Wildt merkte ook een ander belangrijk issue: zijn er genoeg webcams voor beeldbellen beschikbaar? “Bij een eerdere inventarisatie van de apparatuur en werkstations hadden we dit niet meegenomen, maar door de crisis is een werkende webcam noodzakelijk. Dit konden we gelukkig snel verhelpen.”

 

iOS of Android smartphone

Albert van der Veer is huisarts bij huisartsenpraktijk Orionlaan in Bilthoven, en werkt actief met beeldbellen. “De afgelopen jaren hebben we incidenteel wel eens een beeldverbinding proberen te maken. Dit liep vaak stuk op perikelen als: het lukt niet om de app te downloaden, of de applicatie doet het wel op een Apple maar niet op Android smartphone.”

Van der Veer merkte in de afgelopen maanden dat het aanbod van – vaak gratis – initiatieven voor beeldbellen sterk groeide. Zijn praktijk overwoog om “een paar oude telefoons uit te rusten met een prepaid telefoonkaart” om het zo mogelijk te maken een aantal WhatsApp accounts te installeren om snel en makkelijk verbinding met patiënten te maken, maar stuitte op een alternatief via ClickDoc van aanbieder CGM. “Hier hebben we dankbaar gebruik van gemaakt. Later volgde Unicum met het FaceTalk aanbod, waarmee we ook hebben geëxperimenteerd. En inmiddels zijn we in onze praktijk bezig met het testen en ervaren van de beeldbellen verbinding van VipLive (Calculus) die gebruikt maakt van de techniek van Whereby.”

“De ervaring is dat elk programma voor- en nadelen heeft voor patiënten en dokters. Er zijn ook applicaties die wachtkamers hebben waar patiënten op inloggen. Persoonlijk vind ik dit van weinig meerwaarde en spreek ik liever, net als met een telefonische afspraak, af dat ik patiënt rond een bepaalde tijd een sms stuur met daarin een link om direct verbinding te maken. Ook assistentes kunnen zo de patiënten instrueren en afspraken maken”, aldus Van der Veer.

 

Hoe voer je een beeldbelconsult?

Een beeldbelconsult heeft een andere vorm en dynamiek dan een gesprek in de spreekkamer van de dokter. “Veel aanbieders van beeldschermzorg leggen wel uit hoe hun programma’s gebruikt worden, maar bieden weinig tot geen informatie over hoe je als huisarts of praktijkondersteuner op een goede manier een digitaal consult houdt”, merkt Kruijswijk Jansen. “Dit gaat dus meer over de communicatie: hoe zit je als zorgverlener voor de camera? Hoe bouw je een digitaal consult op? En met betrekking tot Corona: zijn er nog bepaalde extra zaken waar je aandacht voor moet hebben, zowel lichamelijk als psychisch?”

Bij de huisartsenpraktijk in Bilthoven werd geen speciale aandacht besteed aan de opzet van een beeldbel-consult: de learning by doing aanpak werkt prima, merken ze in de praktijk. “We gebruiken de standaard webcam die op het beeldscherm is gemonteerd. De patiënt het gezicht van de dokter met als achtergrond gewoon de achtergrond die hij normaal ook zou zien als hij in de spreekkamer is”, zeggt huisarts Albert van der Veer.

Waarin verschilt een beeldbelconsult van een regulier consult? “In het eerste deel van het contact probeer ik als huisarts de hulpvraag te achterhalen en middels mijn anamnese een werkhypothese op te stellen. Hierin ervaar ik weinig verschil tussen een beeldbel- en een normaal consult.”

“De beperking zit vooral in het fysiek diagnostische deel en de eerste indrukken van patiënten die je als dokter mist. Normaal krijg je al een indruk als je patiënten uit de wachtkamer haalt: hoe loopt iemand, hoe kijkt iemand. Die informatie heb je nu niet. Ook kun je niet direct een fysiek onderzoek doen waarmee je soms nog extra relevante informatie krijgt. Je moet dus goed nagaan of dit noodzakelijk is voor het vervolg beleid of dat je er bewust vanaf kunt zien.”

 

Advies voor praktijken en zorggroepen

Huisarts Albert van der Veer ziet een aantal succesfactoren voor beeldbellen. “Grootste succesfactor is een techniek die multiplatform werkt, aan kant van dokters en aan kant van patiënten. En een techniek die direct vanuit huisartseninformatie-systeem (HIS) of via single sign on vanuit het HIS een koppeling maakt met de beeldbelapplicatie.”

“Ook wil je vermijden dat er aparte apps of programma’s geïnstalleerd moeten worden, voor arts en voor patiënten. Voor je patiënten is het bovendien handig als de beeldbeltoepassing een sms-notificatie kan sturen waarmee een patiënt via een link direct kan inloggen voor het consult.”

Maak zoveel als mogelijk gebruik van reeds bestaande infrastructuur in praktijken. Voorkom versnippering en maak goede afspraken met de leveranciers, om zo de huisartspraktijken te ontzorgen. Maak bijvoorbeeld afspraken over prijs, service, gebruik in een soort mantelovereenkomst en laat de huisartsen van de regio organisatie hier gebruik van maken”, adviseert Aty de Ruiter van Unicum.

Ook benadrukken de zorggroepen: faciliteer de implementatie van beeldschermzorg, door te zorgen voor een vraagbaak of helpdesk binnen de regio, en laagdrempelig bereikbaar te zijn voor de praktijken. FEA deelde de ervaring met beeldschermzorg ook met zorggroepen in buurregio’s. Kruijswijk Jansen: “We hebben onze ervaring en zelfgemaakte handleiding, inclusief oplossing voor meest voorkomende foutmeldingen, met hen gedeeld.”

De coronacrisis verandert niet alleen het patiëntencontact. Ook digitaal vergaderen met collega’s blijkt opeens een uitkomst, zeggen de ondervraagde zorggroepen. Overleg en scholingen kunnen digitaal plaatsvinden. “Je kunt snel en efficiënt overleggen met elkaar. Aan de andere kant merken we ook dat ‘fysiek’ vergaderen soms ook juist meer de voorkeur heeft, met name bij ingewikkelde of gevoelig liggende onderwerpen”, besluit Kruijswijk Jansen.

Bij zorggroep DOH wordt ook nagedacht over de bedrijfsvoering, nu en in de aankomende maanden. De Wildt: “We vragen aan medewerkers wat ze willen behouden na de coronacrisis, en wat niet. We zijn bezig met een nieuw beleid te maken voor thuiswerken, de noodzaak van vergaderen en de 1,5 meter afstand maatregel in acht nemen. En dat alles zonder dat collega’s de binding met werk verliezen.”

Bron: SmartHealth, auteur Frederieke Jacobs