Leefstijlgeneeskunde: huisarts aan zet

Tijd voor een wake-upcall: leefstijlgeneeskunde is geen vrijblijvendheid meer. Huisartsen moeten nu écht aan de slag met geïndiceerde en zorg-gerelateerde preventie. Vereniging Arts en Leefstijl kan ondersteunen. 

 

Geen vrijblijvendheid

Ik heb het al zo druk als huisarts. Of: Ik kan niet nóg meer op mijn bordje hebben. Zo reageren sommige huisartsen als het over leefstijlgeneeskunde gaat. “Maar deze discussie ligt inmiddels achter ons”, zegt Iris de Vries. “Het is geen vrijblijvendheid meer, of een hobby’tje van een huisarts. Dit wordt écht de nieuwe manier van werken, die breed ondersteuning krijgt. Zowel van VWS, politieke tafels als van zorgverzekeraars en grote beroepsverenigingen. Het gaat op een gegeven moment ook gevolgen hebben voor financiering van de eerste lijn. We zullen als huisartsen mee moeten bewegen om de problemen die we komende decennia in de zorg verwachten, het hoofd te kunnen bieden. Dus de vraag is: wil je dat dit straks als een verplichting ‘over je heen’ komt, of wil je er deel van uitmaken en invloed op hebben? Want dát is waar huisartsen op dit moment nog uit kunnen kiezen.”

 

Kerntaak huisarts

Sowieso hoeft er geen discussie meer te bestaan of leefstijlgeneeskunde wel op het bordje van de huisarts thuishoort, stelt De Vries. “Met name geïndiceerde en zorg-gerelateerde preventie is bij uitstek een kerntaak van de huisarts. Dat hebben we ook zo benoemd tijdens de Woudschotenconferentie. Terwijl universele en selectieve preventie onder het publieke domein vallen. Bij geïndiceerde en zorg-gerelateerde preventie hebben we het over mensen die al ziek zijn en beginnende klachten hebben. Juist dáár is het bij uitstek passend leefstijlgeneeskunde in te zetten. Dus niet alleen maar als preventieve zorg voor mensen die nog niets mankeren, zoals huisartsen vaak denken bij leefstijlgeneeskunde. Maar vooral juist curatieve zorg bij mensen die wél al chronisch ziek zijn.”

 

Leefstijlgeneeskunde

Het kost relatief weinig geld en moeite om met leefstijladviezen te starten, weet De Vries. Uitdaging bij dit onderdeel van leefstijlgeneeskunde is dat huisartsen niet hebben geleerd hoe ze dat kunnen aanpakken. Ze zegt: “Maar daar bestaan handige tools voor, zoals het Leefstijlroer, dat huisartsen helpt bij een ander soort, meer coachend gesprek met de patiënt.Daarbij is het belangrijk dat je zoekt welke ingang bij de patiënt aansluit op haar of zijn intrinsieke motivatie om fitter te worden en gedrag te veranderen. Alleen maar adviseren om te stoppen met roken is niet genoeg.”  

 

Bron: De Eerstelijns, auteur Betty van Wijngaarden

Gerelateerd nieuws