Begrijpen waarom niet iedereen sport

 

Werkboek laat zorgverleners reflecteren op eigen opvattingen

Veel diabetespatiënten houden een actieve leefstijl niet vol. Om hen beter te kunnen motiveren, is het belangrijk dat zorgverleners niet onbewust redeneren vanuit hun eigen ‘sport- en beweegverhaal’. Mirjam Stuij maakte een werkboek met zelfreflectieoefeningen voor zorgverleners. 

Als je opgroeit in een sportief gezin, is de kans groot dat je ook later sportief bent en je je goed voelt bij gezond leven en veel bewegen. Het omgekeerde is óók het geval. Mensen die in hun jeugd niet positief gestimuleerd zijn om te sporten, houden er vaker een inactieve leefstijl op na. Als ze diabetes type 2 ontwikkelen, adviseren zorgverleners ze meer te gaan bewegen. Patiënten verlaten de spreekkamer vol goede voornemens, maar die verzanden al snel weer.  

 

Frustratie

Uit het onderzoek Sport in tijden van ziekte (2018) blijkt onder meer dat dit veel zorgverleners frustreert. Een van de onderzoekers is medisch socioloog Mirjam Stuij, werkzaam bij het Mulier Instituut (sportonderzoek voor beleid en samenleving). ‘In de spreekkamer staat bij veel zorgverleners het eigen sport- en beweegverhaal in de weg’, zegt ze. ‘Als bewegen voor jou vanzelfsprekend is, is het soms lastig om écht te begrijpen waarom het patiënten niet lukt om actiever te worden. Dat kan ook doorschemeren in je houding en in de gesprekken met de patiënt.’  

 

Implementatie-impuls

Stuij adviseert zorgverleners te reflecteren op hun eigen sport- en beweegverhaal, zodat ze zich beter realiseren hoe gemakkelijk dit van invloed kan zijn in de spreekkamer. Ze startte daarom een kleinschalig vervolgproject op het onderzoek: Bewegen in de type 2 diabeteszorg. De subsidie kwam van een Verspreidings- en Implementatie Impuls (VIMP) van ZonMw. Ze voerde het project uit in samenwerking met ROHA (Regionale Organisatie Huisartsen Amsterdam).  

 

Beweeg-cv

Het resultaat is een werkboek met zelfreflectieoefeningen. Daarin staan vragen als: welke emoties roept bewegen bij je op? Waar komen die vandaan? Een van de oefeningen is een beweeg-cv. Stuij: ‘Dit cv is in de eerste plaats bedoeld als basis voor een gesprek tussen zorgverleners onderling. Zo ontdekken ze dat ze onderling heel anders kunnen denken over sport en bewegen. Dat helpt hen om los te komen van hun eigen verhaal.’ In het boek staan ook patiëntervaringen, die tezamen nogmaals benadrukken hoe verschillend ieders achtergrond is op het gebied van sport en bewegen. 

‘Een zorgverlener zei: “Ik erger me als patiënten niet sporten, maar begrijp het als ze geen dieet kunnen volhouden. Want dat kan ik zelf ook niet" 

Sanaa El Mallali is diëtist bij EETinzicht in Amsterdam. Ze zat als partner van ROHA in de projectgroep van Mirjam Stuij. Volgens haar geven de zelfreflectieoefeningen niet alleen inzicht in het eigen verhaal over sport en bewegen, maar ook in de manier waarop zorgverleners het gesprek over diabetes aangaan met patiënten. El Mallali: ‘Wij zorgverleners dénken dat we het goed doen. Maar in werkelijkheid geven we heel vaak ongevraagd advies. We vertellen wat iemand wel en niet moet doen en laten. We brengen de boodschap te vaak vanuit een ‘ziektevisie’: de ziekte staat centraal. Goed bedoeld, maar daarmee bereiken wij ons doel niet. Want patiënten geven al gauw sociaal wenselijke antwoorden: “Ja, ik zal naar de sportschool gaan, ja ik begrijp dat ik moet afvallen”.’  

 

Behoefte centraal

Volgens de diëtist is écht goed luisteren een kunst. ‘Wat is de wens van de patiënt? De innerlijke drijfveer? Laat stiltes vallen, zodat de patiënt kan nadenken wat belangrijk voor hem is. Misschien wil hij graag een balletje trappen met de kleinkinderen. Dan ga je dáár op door: hoe blijf je in conditie om dat te kunnen doen? In zo’n gesprek staat niet de ziekte centraal, maar de behoefte. De zelfreflectieoefeningen in het werkboek geven zorgverleners een andere kijk op het gesprek met de patiënt.’ 

 

Werk aan de winkel

Sanaa El Mallali heeft het werkboek ook gepromoot bij haar collega’s in de eerste lijn – vrijgevestigde diëtisten – én in het Amsterdam UMC. ‘Veel specialisten zijn zeer deskundig op hun vakgebied’, zegt ze. ‘Maar als het gaat om motiverende gespreksvoering kunnen ze nog veel leren. Ze geven met de beste bedoelingen veel ongevraagd advies. De patiënt knikt ja en amen, maar denkt diep van binnen: laat maar. Ze mogen geen koekje meer of niks. Alleen nog sporten.’  

 

Besef

Met de zelfreflectieoefeningen voor zorgverleners hoopt Mirjam Stuij dat patiënten met diabetes beweegzorg krijgen die beter bij hen past. Ook hoopt ze dat zorgverleners minder frustratie ervaren, en dat er meer begrip ontstaat voor patiënten die terugvallen in oude patronen. Stuij: ‘Een zorgverlener zei: “Ik erger me als patiënten niet sporten, maar begrijp het als ze geen dieet kunnen volhouden. Want dat kan ik zelf ook niet.” Ze besefte plotseling hoe groot de invloed van haar persoonlijke ervaring was.’  

 

Zelfreflectie vaker zinvol

Het werkboek Bewegen in type 2 diabeteszorg is verspreid bij ROHA, de Nederlandse Diabetes Federatie en bij de Bas van de Goor Foundation (‘sportief met diabetes’). Willemien Rietman is projectleider persoonsgerichte zorg bij ROHA. Ze vindt het werkboek bij uitstek geschikt om te gebruiken tijdens intervisie. ‘We enthousiasmeren huisartsen, praktijkondersteuners en diëtisten via de nieuwsbrief’, zegt ze. ‘Maar het is lastig te achterhalen of ze het ook werkelijk gebruiken.’ Volgens Willemien Rietman is een werkboek met zelfreflectieoefeningen welkom bij veel meer onderwerpen: ‘Het is zinvol bij alle thema’s waarbij een persoonlijke visie van invloed is op patiëntgesprekken. Bijvoorbeeld diëten, medicijngebruik of opvoeden.’ 

Bron: ZonMW, auteur Riëtte Duynstee 

  • Download hier het werkboek [pdf]

 

Gerelateerd nieuws