NZa is ongerust: onze zorg knelt

Veel partijen in de zorg hebben mooie plannen, maar de praktijk is weerbarstig. Het lukt nog niet goed om de stijging van kosten in de zorg te beperken. Er klinkt de roep om meer geld, maar dat is niet de oplossing volgens de NZa. We moeten het zoeken in taakherschikking en substitutie.

Dit jaar gaven we voor het eerst meer dan 100 miljard uit aan zorg. Daar krijgen we ook veel voor terug: de kwaliteit van zorg in Nederland is hoog. Echter: bij ongewijzigd beleid wordt de zorg onbetaalbaar en dus ook minder toegankelijk voor iedereen. Het knelt. Er zijn weliswaar veel initiatieven en plannen om de kostenstijgingen in de zorg te beperken, maar ze leveren vooralsnog te weinig op. Dat stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in haar publicatie Stand van de zorg.

De NZa is ongerust. De toegankelijkheid van huisartsenzorg in de regio is niet langer vanzelfsprekend. De wachttijden in de ggz blijven onverminderd hoog. De personeelstekorten lopen verder op. Het tekort aan verpleegkundigen is nu al merkbaar. De kosten van de langdurige zorg, waar we al een van de duurste landen zijn, blijven hard stijgen.

Geld erbij is niet de oplossing

En ondanks dat de kwaliteit van de zorg hoog is, wordt de roep van organisaties om meer geld met de dag groter. Alleen geld erbij is niet de oplossing, dat neemt de oorzaken niet weg. Bovendien: via de belasting en via de zorgpremie betalen burgers al meer dan een kwart van hun inkomen aan zorg. Kortom, stelt Marian Kaljauw, voorzitter NZa: ‘het moet anders in de zorg. En daar moeten we nu mee beginnen.’

Substitutie en taakherschikking

Het is belangrijk dat goed wordt bekeken wie waar welke zorg geeft en dat krachten worden gebundeld. Substitutie en taakherschikking is noodzakelijk. UMC’s moeten zich met name richten op complexe zorg en algemene ziekenhuizen op de algemene tweedelijnszorg. Praktijkondersteuners, verpleegkundig specialisten en physician assistants kunnen taken overnemen van huisartsen of de medisch specialisten. Eenvoudige zorg kan verschuiven van de tweede naar de eerste lijn.

Sterke eerste lijn

Taakherschikking en substitutie vraagt ook om een sterke eerste lijn. De wijkverpleging, paramedische zorg en de huisartsenzorg hebben een belangrijke rol in deze beweging. Inzicht in de zorgvraag in de regio is noodzakelijk. Zorgaanbieders moeten samenwerken in multidisciplinaire netwerken om de patiënt heen. En het geld moet de patiënt volgen. Huisartsen moeten ruimte krijgen om ondersteunend personeel aan te nemen dat taken kan overnemen. Dit moeten de aanbieders samen vormgeven met de zorgverzekeraar. Door goede afspraken met elkaar te maken. Niet alleen over tarieven en indexatie, maar echte kwaliteitsafspraken over de zorg in de regio.

Substitutie teleurstellend

De NZa noemt de resultaten van de transformatiegelden, substitutie en taakherschikking ‘teleurstellend’. In 2018 zijn er voor slechts € 11.9 miljoen aan afspraken gemaakt over de substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn. Terwijl in het hoofdlijnenakkoord is afgesproken om 75 miljoen euro te reserveren ten behoeve van substitutie van de tweede lijn naar de eerste lijn. Voor dit jaar hebben partijen in het akkoord afgesproken om transformatiegelden in te zetten voor het verplaatsen van zorg. Hiervoor was in 2019 € 70 miljoen beschikbaar.

Uit de monitor blijkt dat er per 1 april 2019 slechts voor € 1.5 miljoen aan concrete afspraken zijn gemaakt. Zorgverzekeraars verwachten nog aanvullende afspraken voor  € 27.5 miljoen aan transformatiegelden. Zelfs als dat het geval is, blijft het totaal ver onder die gereserveerde 70 miljoen.

Zie de publicatie van de NZa: Stand van de zorg 2019. Aan de slag

Bron: ZorgenZ