Chronische zorg

Chronische pijn & SOLK

Je herkent dit vast als zorgverlener: een patiënt blijft maar terug komen met pijn- of vermoeidheidsklachten en wil weten ‘waar dit vandaan komt’. De specialist uit het ziekenhuis stuurt in een kort bericht terug dat er ‘niets gevonden’ is. En je realiseert je dat deze patiënt al heel lang zoekende is. Maar wat doe je hier mee? Wat bied je deze patiënt?

Er is een groep patiënten waarbij de reguliere zorgaanpak niet past. En deze groep is groot: maar liefst 1 op de 5 Europeanen heeft chronische pijnklachten. Veruit de meeste chronische pijn patiënten zoeken langdurig (soms tot jarenlang) naar een verklaring voor hun pijnklachten in de specialistische zorg. Chronische pijn veroorzaakt niet alleen hoge zorgkosten maar kan ook vergaande emotionele gevolgen hebben voor patiënten én frustraties opleveren voor zorgverleners. 

Pilot nieuwe aanpak & nascholing 

Transcare ontwikkelde een transdisciplinaire, evidence based aanpak voor de behandeling van deze patiënten in de eerstelijnszorg. Deze aanpak is geheel in lijn met de Chronische pijn standaard.

Elaa begeleidt samen met Transcare een groep huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen en praktijkondersteuners GGZ uit Amsterdam Osdorp die in een pilot volgens een nieuwe, multidisciplinaire aanpak chronische pijn patiënten gaan behandelen. Daarnaast organiseert Elaa een nascholing over de behandeling van chronische pijn patiënten in de eerstelijnszorg. 

De aanpak: pijn-educatie en transdisciplinair werken 

Tijdens de training krijgen zorgverleners duidelijke handvatten om:

  • het sensitisatiemodel uit te leggen aan chronische pijn en SOLK patiënten;
  • als zorgprofessionals multidisciplinair te werken en patienten, vanuit dezelfde visie op pijn, te diagnosticeren, behandelen en educatie over pijn te geven.

Door pijn-educatie krijgen patiënten duidelijk inzicht in de oorzaken en gevolgen van hun pijnklachten. Afgelopen jaar volgde huisartsen, paramedici en POH-GGZ/psychologen de training. “De dag na de training keek ik gelijk anders naar mijn patiënten”, aldus een POH GGZ uit Amsterdam Osdorp. “Ik heb nu veel betere gesprekstechnieken en behandelingsopties voor mijn patiënt met angstklachten én veel lichamelijke klachten.” 

Naast pijn-educatie is voor een goede behandeling van deze patiënten een multidisciplinaire of zelfs transdisciplinaire aanpak nodig. Hierbij staat de huisarts niet alleen in de behandeling van de patiënt, maar samen met verschillende hulpverleners (POH GGZ en (psychosomatisch) fysiotherapeut/oefentherapeut). Een patient heeft te maken met meerdere zorgprofessionals, deze professionals sluiten met elkaar het behandelplan kort zodat ze vanuit dezelfde visie op pijn, diagnostiek verrichten, educatie over pijn geven en behandelingen uitvoeren. 

“Als psycholoog heb ik af en toe wel eens kort contact met de huisarts en fysiotherapeut over een patiënt. Maar door deze training hebben we heel veel geleerd over hoe verschillend we kijken naar behandelingen. Dat was echt ongelofelijk leerzaam”, aldus een van de deelnemers.

Een van de huisartsen beschrijft: “Volgens mij is hier echt nog een hele wereld te winnen. Veel patiënten belanden nu na een jarenlange zoektocht in de specialistische circuit steeds weer bij mij. Ik denk dat wij in de eerstelijnszorg echt deze patiënten heel goed kunnen behandelen op een veel eerder moment.”

 

"Een gelijke visie op pijn is dé sleutel
voor een geslaagde aanpak van deze 
complexe patiëntengroep."

 

Chronische pijn of SOLK 

Huisartsen, paramedici en ook psychologen worden vaak geconfronteerd met patiënten waarbij de ervaren pijn niet of maar ten dele verklaard kan worden door weefselschade of andere ziekteoorzaak. Er zijn veel verschillende termen in omloop voor deze grote groep lichamelijke klachten waar artsen geen bevredigende verklaring voor vinden zoals het prikkelbaredarmsyndroom (PDS), fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom. 

Over het algemeen wordt SOLK – somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten - gebruikt als overkoepelende term voor deze syndromen of klachten. Met het gebruik van de term SOLK wordt de nadruk gelegd op het ‘onvoldoende verklaarde’ ervan. Een valkuil hierbij kan zijn dat er met name gefocust wordt op het vinden van een oorzaak voor de chronische pijn. Als er geen sluitende verklaring voor de pijn gevonden wordt, zet dit vaak de arts-patiëntrelatie onder druk. De patiënt voelt zich niet serieus genomen, niet begrepen en blijft ongerust. Bij de zorgverlener ontstaat machteloosheid en irritatie als het langdurig niet lukt om met de patiënt tot een gezamenlijk begrip van de klachten en problemen te komen.

Sensitisatiemodel

In de chronische pijn zorgstandaard wordt gebruik gemaakt van sensitisatie als verklaringsmodel. En ook bij SOLK biedt dit verklaringsmodel een goed uitgangspunt voor behandeling. Bij sensitisatie is het zenuwstelsel 'te scherp afgesteld'. Pijndrempels komen (steeds) lager te liggen door verstoring van het zenuwstelsel, waardoor pijn gevoeld wordt bij prikkels die normaal gesproken niet pijnlijk zijn.

De alarmfunctie die acute pijn voor weefselschade heeft ontbreekt bij chronisch pijn. De door de patiënt ervaren pijn is niet psychisch of ingebeeld maar kan dus weldegelijk verklaard worden. Omdat de oorzaak in het gesensitiseerde pijnmodulerende systeem van het centrale zenuwstelsel ligt, vergt dit dus ook een andere aanpak dan acute pijn. De behandeling moet gericht zijn op het te leren omgaan met pijn en het hertrainen van het zenuwstelsel om de kwaliteit van leven verhogen waardoor mogelijk zelfs minder pijn wordt ervaren.

Focus

Het verbeteren van de netwerkvorming en de samenwerking tussen de eerstelijnszorg en andere disciplines in de keten.
Het betrekken van de doelgroepen bij de herinrichting van zorg en de inzet op een meer persoonsgerichte benadering.

Scholingsaanbod

Er zijn geen gerelateerde scholingen en/of bijeenkomsten.