Menu

Netwerkvorming Paramedi Amsterdam

Elaa heeft zich als doel gesteld om de organisatiegraad van de paramedische beroepsgroepen in Amsterdam en Almere te verbeteren. In Amsterdam is Elaa een traject gestart met de logopedisten, oefentherapeuten, ergotherapeuten en de diëtisten.  Met een aantal enthousiaste zorgverleners zijn in 2020 de eerste contouren gevormd, waarbij Elaa vooral de rol van trekker had. Afgelopen jaar hebben we meer een coachende en ondersteunende rol vervuld, met als doel dat elk netwerk zelfstandig kan functioneren. Ieder netwerk heeft zijn eigen doelen maar ook één belangrijk gemeenschappelijk doel: multidisciplinaire (paramedische) samenwerking in de wijk. Dat thema wordt opgepakt in een werkgroep van het APP (Amsterdams Paramedisch Platform).  We zijn er trots op dat er nu met ondersteuning van Elaa vier netwerken bestaan. Netwerken die bovendien bereid zijn om de samenwerking met andere paramedische netwerken, het APP en andere partijen zoals de Amsterdamse Huisartsen alliantie en de gemeente te verkennen.  Ben jij al lid van het netwerk? We hebben de drie nieuwe netwerken NAL (logopedisten), ENA (ergotherapeuten) en NOA (oefentherapeuten) een aantal vragen voorgelegd. Onder andere welke stappen ze hebben doorlopen, wat levert het de leden op en wat merken de patiënten hiervan. Lees hieronder hun reacties. NAL – Netwerk Amsterdamse Logopedisten De Amsterdamse logopedisten hebben een netwerk van actieve leden die proactief en voortvarend werken aan goede onderlinge samenwerking en positieve profilering van de beroepsgroep. Het netwerk streeft naar gezond voortbestaan van de eerstelijns logopedie in Amsterdam. Dit willen ze realiseren door samen en in afstemming met elkaar de beste logopedische zorg te leveren voor inwoners van Amsterdam. Amsterdamse logopedisten in de eerste lijn waren niet verenigd en konden elkaar niet goed vinden. Er was onvoldoende samenwerking om in Amsterdam bestaande problemen aan te pakken. Toen ontstond het idee om ons te verenigen in een netwerk. We streven naar betere samenwerking onderling maar ook met andere partijen, zoals andere paramedische disciplines. Nu de zorg aan het veranderen is zal samenwerken steeds belangrijker worden om bij te blijven en de kwaliteit op peil te houden. Sinds 2021 is het netwerk een feit. Inmiddels telt het netwerk 31 leden, is er een bestuur, zijn we bezig met het verkrijgen van een juridische entiteit en zijn we een beroepsgerelateerde commissie van de NVLF waardoor we KP-punten krijgen voor elke bijgewoonde bijeenkomst.   Hoe groter het netwerk is, hoe sterker we staan.   Waarom zouden logopedisten zich moeten aansluiten bij dit netwerk? De zorg is aan het veranderen. Het is van groot belang hieraan mee te doen, om straks niet buiten de boot te vallen. Voor de toekomst van het vak logopedie is het belangrijk om hier samen over na te denken en dit vorm te geven. Wat levert het netwerk de leden op? Kennis en expertise die onderling gedeeld wordt en een lidmaatschap bij het APP. Door het netwerk kun je elkaar snel vinden waardoor je makkelijker kunt doorverwijzen. Leden kunnen meedenken en meepraten over ontwikkelingen binnen de zorg, ze zijn onder andere door het netwerk ook op de hoogte van de ontwikkelingen in de stad. Het netwerk werkt ook aan de profilering van de logopedie. In de toekomst hopen we scholingen te kunnen inkopen en deze tegen gereduceerd tarief aan te bieden aan onze leden.  Merken de patiënten hier iets van?  Jazeker. Door beter samenwerken komt een patiënt sneller op de juiste plek terecht voor een behandeling. Leden weten van elkaar wie welke expertise in huis heeft waardoor adequater kan worden doorverwezen naar collega’s. Dit kan zowel binnen het netwerk als multidisciplinair. Wat wil het netwerk bereiken? We willen dé gesprekspartner zijn op het gebied van logopedie in de eerste lijn voor onze stakeholders, de andere monodisciplinaire netwerken, gemeente en huisartsen. Logopedisten willen onderling kennis en ervaring uitwisselen en naar elkaar kunnen verwijzen in het kader van de juiste zorg op de juiste plek. We willen gezamenlijk optrekken om al lang bestaande problematiek in Amsterdam aan te pakken, hierbij kun je denken aan: lage tarieven voor behandeling; het grote tekort aan logopedisten die in de eerste lijn willen werken, waardoor er enorme wachtlijsten zijn; de hoge huren van praktijkruimtes. Het netwerk is onderdeel van het APP en hierdoor is het contact met andere monodisciplinaire netwerken laagdrempelig en kunnen we met elkaar optrekken als het gaat om problematiek in Amsterdam die alle paramedici raakt. Kun je deze doelen niet zonder een netwerk realiseren?  Door samen te werken binnen een netwerk zorgen we ervoor dat we een gesprekspartner zijn die namens alle logopedisten binnen de eerste lijn in Amsterdam kan spreken. De aangesloten leden zitten verspreid over de hele stad waardoor we overal zijn vertegenwoordigd. Dat lukt niet met één of twee praktijken in één deel van de stad. Er is op deze manier meer kennis in huis en we kunnen onderling taken verdelen. Dingen waar we tegenaan lopen en die logopedisten graag verbeterd zien, kunnen we zo met elkaar aanpakken. Iedereen profiteert van deze gezamenlijke inspanning. Welke stappen hebben jullie doorlopen om dit netwerk op te zetten? Na een verkenningstraject hebben we met een groepje enthousiaste logopedisten de contouren van het netwerk neergezet. Daarna hebben we de Amsterdamse eerstelijns logopedisten geïnformeerd over het netwerk. Met vier logopedisten, die dit op zich wilden nemen, hebben we vervolgens verder gewerkt aan het neerzetten van de basis van het netwerk.  Waar zitten de uitdagingen voor jullie? Het opstarten van het netwerk kost veel (onbetaalde) tijd. Het werken in onze eigen praktijken gaat gewoon door en daardoor gaan ontwikkelingen in het netwerk soms langzamer dan gewenst. We hopen dat we snel resultaat kunnen boeken, zodat meer logopedisten in de eerste lijn het nut van het netwerk gaan inzien en lid willen worden. Hoe groter het netwerk is, hoe sterker we staan. Op welke manier heeft Elaa jullie geholpen bij dit proces? Stefan Wigger heeft het verkenningstraject begeleid. Tijdens verschillende bijeenkomsten hebben we samen nagedacht over hoe het netwerk eruit zou moeten zien en wat daar allemaal bij komt kijken. Daarnaast heeft Stefan de eerste informatiebijeenkomsten georganiseerd waardoor een grote groep logopedisten geïnformeerd werd over de start van het netwerk. Inmiddels functioneert het netwerk zelfstandig, maar is het fijn om te weten dat er op de achtergrond iemand beschikbaar is voor vragen. Bestuur   Jennifer Koenen Voorzitter NALLogopediste en praktijkhouderLogopediepraktijk Osdorp   Elaine Oosterhoff Secretaris NAL Logopedist MOC ’t Kabouterhuisnamens Logopedie Westrand Henriëtte Vreemann Penningmeester NALLogopediste/AfasietherapeutStichting Afasietherapie Amsterdam    Tina Mantel Algemeen bestuurslid NALLogopedisteLogopediepraktijk Klein Gooioord   ENA – Ergotherapie Netwerk Amsterdam Toenemende zorgvraag en verplaatsing van zorg naar de eerstelijnszorg vraagt om een intensievere samenwerking. Ergotherapeuten waren altijd al goed verenigd, maar nog erg vrijblijvend. Met het oprichten van een entiteit krijgt het netwerk meer mogelijkheden en wordt het duidelijker welke achterban wij vertegenwoordigen. Op dit moment liggen de stukken bij de notaris voor het oprichten van het ENA (Ergotherapie Netwerk Amsterdam), binnenkort zal er getekend worden. We hebben al onofficieel met het netwerk 'geproost'.   We hebben er veel zin in om de uitdagingen in de eerstelijnszorg gezamenlijk aan te pakken!   Waarom zouden ergotherapeuten zich moeten aansluiten bij dit netwerk? Komende jaren gaan er veel interessante projecten plaatsvinden waar je je als ergotherapeut bij wilt aansluiten. De ENA sluit namens ons allemaal aan. Daarnaast merken we nu al bij stakeholders dat ze het netwerk gebruiken om ergotherapeuten te vinden of te benaderen als samenwerkingspartner. Bijna alle ergotherapeuten in Amsterdam zijn al bij ons aangesloten.  Wat levert het netwerk de leden op? We vinden het erg belangrijk dat eerstelijnsergotherapeuten elkaar beter leren kennen en op die manier beter kunnen samenwerken. Leden kunnen met hun vragen en uitdagingen bij elkaar terecht en kunnen kennis en ervaringen uit het werkveld met elkaar delen. Daarnaast worden we zichtbaarder bij belangrijke stakeholders. Merken de patiënten hier iets van?  We hopen in de toekomst de juiste zorg op de juiste plek te kunnen bieden zonder al te veel onnodige hindernissen. Patiënten zullen nu wel eens merken dat ergotherapeuten tegen hordes aanlopen die lastig te zijn doorbreken.  Wat hoopt het netwerk te bereiken? Betere positionering en profilering van de ergotherapie. ENA pleit bij én met stakeholders voor veranderingen in het beleid waardoor zorg of hulp voor Amsterdammers beter toegankelijk is. We proberen de gedeelde belangen van onze leden te behartigen. Onderlinge samenwerking tussen de leden van de ENA verbeteren (in stand houden en versterken) en samen een kennisbank opbouwen waarmee we van elkaar kunnen leren.  Kun je deze doelen niet zonder een netwerk realiseren?  Sommige problematieken kun je niet oplossen als ergotherapeut of alleenstaande praktijk. Nu wij ruim 50 ergotherapeuten vertegenwoordigen en 14 praktijken kunnen wij beter een vuist maken en consequent onderdeel zijn van beleidsvoering. We worden als entiteit meer gezien als serieuze gesprekspartner. Welke stappen hebben jullie doorlopen om dit netwerk op te zetten? We hebben eerst geïnventariseerd of er animo was om samen een entiteit op te richten. En of men bereid was de professionalisering met elkaar in te gaan omtrent contributie en invulling omdat het huidige netwerk al 10 jaar bestond. Er is geïnformeerd en uitgezocht welke entiteit bij ons netwerk past. Vervolgens moesten er organisatorisch een aantal dingen geregeld worden zoals huishoudelijke reglement, statuten, verzekering en de financiën. Om vervolgens een officiële entiteit te worden via een notaris Waar zitten de uitdagingen voor jullie? Het oprichten van de ENA was een uitdaging die we bijna hebben afgerond. Op onze agenda voor 2022 staan nu het maken van een website en we zijn al een tijd bezig om ons te positioneren ten aanzien van onze stakeholders.  Op welke manier heeft Elaa jullie geholpen bij dit proces? Elaa heeft een ondersteunende rol bij het APP. Vanuit Zilveren Kruis heeft Elaa de opdracht gekregen om paramedische netwerken te faciliteren. Door de inzet van Stefan Wigger komen de monodisciplinaire netwerken samen en hij zoekt verbinding met bestaande netwerken elders in het land. Bestuur     Jorik Brugman Voorzitter ENAThuis Vitaal   Claire van Gaalen Secretaris ENAErgotherapiepraktijk Doen Isis Jonker Penningmeester ENAErgoMind   Merel Kremer Algemeen bestuurslid ENAAmstelring   NOA – Netwerk Oefentherapie Amsterdam De oefentherapeuten werkzaam in en om Amsterdam hebben aangegeven zich te willen verenigen om de samenwerking onderling, maar ook met andere partijen te verbeteren. Nu de zorg aan het veranderen is zal samenwerken steeds belangrijker worden om bij te blijven en de kwaliteit hoog te houden. Het NOA wil een regionale gesprekspartner zijn op het gebied van het aanbod van oefentherapeutisch zorg in de eerste lijn. Daarnaast willen de oefentherapeuten kennis en ervaring uitwisselen in het kader van de juiste zorg op de juiste plek. Inmiddels is het netwerk een feit. De basis staat met een bestuur en een deel van de werkzame oefentherapeuten zijn aangesloten bij het netwerk.    Het netwerk is de gesprekspartner die namens alle oefentherapeuten kan spreken.   Waarom zouden oefentherapeuten zich moeten aansluiten bij dit netwerk? In een tijd als deze waarin de zorg enorm veranderd dat je ook aan de toekomst van het vak oefentherapie moet denken en bekijken hoe we dat samen vorm gaan geven.  Wat levert het netwerk de leden op? Naast het delen van kennis en expertise onderling zijn de leden aangesloten bij het APP waardoor ze mee kunnen denken en praten over ontwikkelingen in de zorg. Collega’s worden makkelijker gevonden en kan er makkelijker doorverwezen worden. Iedereen is op de hoogte van de ontwikkelingen in de stad. Daarnaast werken we als netwerk aan de profilering van de oefentherapeut in Amsterdam en dat levert een stukje naamsbekendheid op over de oefentherapie. Ook willen we in de toekomst kijken of we bijvoorbeeld scholingen kunnen inkopen waar leden tegen gereduceerd tarief aan kunnen deelnemen.  Merken de patiënten hier iets van?  Jazeker. Als er beter wordt samengewerkt zal een patiënt sneller op de juiste plek zijn voor een behandeling. Leden weten van elkaar wie welke expertise in huis heeft en er kan dus adequater worden verwezen naar collega’s. Zowel binnen het netwerk als multidisciplinair. Wat wil het netwerk bereiken?  De onderlinge samenwerking binnen de oefentherapie verbeteren en kennis en ervaring uitwisselen. Gesprekspartner zijn voor andere stakeholders zoals de andere monodisciplinaire netwerken, gemeente, huisartsen, etc. Kun je deze doelen niet zonder een netwerk realiseren?  Door samen te werken binnen een netwerk zorgen we ervoor dat we een gesprekspartner zijn die namens alle oefentherapeuten kan spreken. De aangesloten leden zitten verspreid over de hele stad waardoor we overal zijn vertegenwoordigd. Dat lukt niet met één of twee praktijken in één deel van de stad. Er is op deze manier meer kennis in huis en kunnen taken verdeeld worden.    Welke stappen hebben jullie doorlopen om dit netwerk op te zetten? Na een verkenningstraject is er met een groepje kartrekkers gewerkt aan het neerzetten van de contouren van het netwerk. Daarna zijn de oefentherapeuten die werkzaam zijn in Amsterdam geïnformeerd over het netwerk. Met een groep enthousiaste oefentherapeuten is er toen verder gewerkt aan het neerzetten van de basis van het netwerk. Er is een bestuur gevormd, er is overleg geweest over de juridische vorm van het netwerk en er zijn werkgroepen opgericht waarin oefentherapeuten meehelpen aan de uitwerking van een aantal doelen die we ons als netwerk hebben gesteld.  Waar zitten de uitdagingen voor jullie? Het opstarten van het netwerk kost veel tijd. Naast het werken in de praktijk komt het werk voor het netwerk erbij en daardoor verlopen dingen soms langzamer dan gehoopt. Verder is het belangrijk dat zo veel mogelijk oefentherapeuten het nut van het netwerk gaan inzien en lid worden van ons netwerk. Hoe groter het netwerk is, hoe sterker we staan. Op welke manier heeft Elaa jullie geholpen bij dit proces? Stefan Wigger heeft het hele verkenningstraject begeleidt. Er zijn bijeenkomsten geweest waarin we samen hebben nagedacht over hoe het netwerk eruit zou moeten zien en wat daar allemaal bij komt kijken. Daarnaast heeft Stefan de eerste informatiebijeenkomsten georganiseerd waardoor een grote groep oefentherapeuten geïnformeerd werd over de start van het netwerk. Inmiddels functioneert het netwerk zelfstandig, maar is het fijn om te weten dat er op de achtergrond iemand beschikbaar is voor vragen.   Bestuur Marloes Bruggink Voorzitter NOA en bestuuurslid APPMensendieckpraktijk Amsterdam Oost DGA – Diëtistengroep Amsterdam  Toen veertien diëtisten die elkaar goed kenden uit loondienst traden bij Cordaan en met zelfstandige praktijken hun werk voortzetten, was samenwerken binnen een coöperatie een logische en vanzelfsprekende stap. Zo is in 2014 de Coöperatieve vereniging Diëtistengroep Amsterdam (DGA) ontstaan. Met ondersteuning van Elaa heeft DGA een doorstart gemaakt en is het nu een breder netwerk waar alle Amsterdamse diëtisten lid van kunnen worden. Lees ook ons artikel: 'DGA: Hét netwerk van de Amsterdamse eerstelijnsdiëtist' FCA - Fysiotherapie Collectief Amsterdam De fysiotherapeuten hebben (zonder ondersteuning van Elaa) het FCA opgericht. Het FCA is ook lid van het APP. Voor meer infomatie over dit netwerk ga naar: fysiotherapiecollectiefamsterdam.nl  Het NAL, ENA en NOA zijn jong, groeiend en in ontwikkeling. Het DGA en FCA hebben al nader kennisgemaakt met de Amsterdamse Huisartsen alliantie en verkend op welke manier er meer en/of beter kan worden samengewerkt met huisartsen.   Het belang van een betere organisatiegraad De landelijke koepels van de paramedische beroepsgroepen onderschrijven het belang van een betere organisatiegraad. In het bestuurlijk akkoord zeggen partijen zich in te willen zetten voor het verder verbeteren van de kwaliteit, versterking van de organisatiegraad en het terugdringen van administratieve lasten. Een betere organisatiegraad is nodig, bijvoorbeeld om als beroepsgroep als een volwaardig gesprekspartner aan tafel te zitten bij andere stakeholders. In Amsterdam zitten momenteel vertegenwoordigers vanuit de paramedi namens hun achterban aan tafel bij verschillende coalities van het programma Amsterdam Vitaal & Gezond.

Deel

© 2026 Elaa
Scroll to top icon