Mathilde Dijk verlaat Elaa en draagt het stokje over aan Mirjam Kohinor: “De stevige basis voor ouderenzorg staat”
Mathilde Dijk blikt terug op acht jaar bij Elaa en kijkt samen met Mirjam Kohinor vooruit op de toekomst van ouderenzorg.
Na ruim acht jaar heeft Mathilde Dijk per 1 mei 2026 afscheid genomen van Elaa. Als senior-adviseur en themaleider Ouderen werkte zij aan een stevige basis voor ouderenzorg in Amsterdam. Nu draagt zij het stokje over aan senior-adviseur Mirjam Kohinor, die met een frisse blik verder bouwt aan de toekomst van ouderenzorg in Amsterdam.
Een stevige basis
Beter Oud groeide in acht jaar tot een stevig programma binnen Amsterdam. “Ik deed dit natuurlijk niet alleen. Samen met de betrokken werkgroep, stuurgroep en adviesgroep ouderen en palliatieve zorg van de Amsterdamse Huisartsenalliantie hebben we echt een verschil gemaakt”, aldus Mathilde. Het aantal praktijkondersteuners ouderen groeide van ongeveer tien naar meer dan honderd, verspreid over ruim 165 huisartsenpraktijken. “Wat we in Amsterdam stadsbreed hebben kunnen neerzetten op gebied van ouderenzorg is uniek.”
De praktijkondersteuner ouderen is de vaste schakel in de huisartsenpraktijk legt Mathilde uit. “Iemand die overzicht houdt, samenwerkt met andere partijen en meer tijd heeft voor ouderen.” Niet alleen de medische situatie telt daarbij, maar juist ook de sociale context en kwaliteit van leven.
“Je ziet een enorme verschuiving van zorg uit het verpleeghuis naar thuis. Mensen blijven langer thuis wonen, ook als ze kwetsbaarder worden.” Volgens Mathilde moet je integraler kijken. “Kwetsbare ouderen hebben vaak meerdere problemen tegelijk en dat vraagt om complexere oplossingen en veel samenwerking.”
Samenwerken vanaf het begin
Mirjam herkent die complexiteit ook vanuit haar eerdere werk binnen Elaa. “Het thema mentale gezondheid, wat ik nu overdraag, is ook complex en heeft raakvlakken met ouderenzorg,” licht Mirjam toe. Bijvoorbeeld rondom ibs (inbewaringstelling) en tijdens haar rol als wijkgroep coördinator voor Amsterdam Centrum waar het woonzorgcentrum De Nieuwe Sint Jacob op haar pad kwam, kreeg ze veel te maken met deze complexiteit. “Dan zie je hoe belangrijk het is om vanaf het begin samen te werken,” vertelt ze. “Op papier klinkt een idee vaak heel mooi. Maar in de praktijk moet je rekening houden met wat het vraagt van zorgprofessionals. Als je plannen vanaf het begin samen ontwikkelt, creëer je veel meer gelijkwaardigheid.”
Juist die samenwerking ziet Mathilde als de belangrijkste ontwikkeling van de afgelopen jaren bij het thema Ouderen. “De schotten tussen het sociaal domein, de eerste lijn en het ziekenhuis verdwijnen langzaam. Maar ze zijn er nog wel. De grote uitdaging wordt hoe je over de schotten heen blijft samenwerken.”
Ook in de overdracht van zorg valt volgens haar nog winst te behalen. “Een huisarts weet vaak precies wat er thuis speelt, maar die informatie komt niet altijd goed terecht bij bijvoorbeeld het ziekenhuis.”
Je kan een crisis niet altijd voorkomen
Het effect van de aanpak
Hoewel harde cijfers lastig blijven, ziet Mathilde duidelijk dat de aanpak werkt. Niet doordat crises volledig worden voorkomen, maar doordat ouderen beter in beeld zijn en zorgverleners sneller kunnen schakelen.
“Je kan een crisis niet altijd voorkomen,” zegt ze. “Je moet een crisis serieus nemen en ervan leren, maar hier niet je beleid op maken. Juist de lange lijn is belangrijk.”
De kracht zit volgens haar vooral in het kennen van de situatie rondom iemand: welke zorg al loopt, wie betrokken zijn en wat iemands wensen zijn.
Een frisse blik op ouderenzorg
Voor Mirjam voelt de overstap naar het dossier Ouderen tegelijkertijd vertrouwd én nieuw. “Ik moet me echt weer inwerken,” vertelt ze. “Na zo lang op één dossier te hebben gezeten, moet je weer opnieuw inkomen. Maar het is goed om weer ergens fris tegenaan te kijken.”
Juist die frisse blik wil zij vasthouden. “Soms moet je opnieuw kijken en vraagtekens durven zetten. Waarom doen we het eigenlijk zo?” Voor de komende jaren ziet zij kansen om nóg meer samen met bewoners en buurten op te trekken. “In plaats van te kijken naar wat de zorg niet meer kan, wil ik graag kijken wat bewoners zelf kunnen betekenen voor elkaar.”
Doorgaan en overdragen
Mathilde vindt het belangrijk dat haar opvolger haar eigen invulling geeft. “De structuur staat er, maar de invulling mag veranderen met de tijd.” Bij de overdracht benadrukt zij vooral het belang van luisteren. “De kracht zit niet in één programmaleider. Die zit in de mensen die het samen doen.”
Mirjam kijkt ernaar uit om juist van die mensen te leren. “Het zijn grote schoenen om te vullen,” zegt ze lachend. “Maar het is ook heel leuk om in iets te stappen wat al echt een rijdende trein is.”
Het thema mentale gezondheid laat ze nu met een gerust hart in handen van adviseur Nathalie Bredek en de nieuwe senior-adviseur die binnenkort in dienst treedt. “Met goed vertrouwen sluit ik dat stuk af,” zegt Mirjam. “Nathalie heeft ontzettend veel kennis en ik weet zeker dat het thema in goede handen is.” Mijn enige advies aan het team zou zijn om je te laten inspireren en voeden door de werkgroep van de Amsterdamse Huisartsenalliantie”
Voor de toekomst hoopt zij dat ook de POH-GGZ beter worden meegenomen in de hechte wijkverbanden. Zo zou een Signal of WhatsApp-groep voor POH-GGZ per wijk een goede uitkomst bieden. “Als professionals elkaar makkelijker weten te vinden in de wijk, kan dat op lange termijn echt het verschil maken.”
En daarmee sluit haar blik naadloos aan op de boodschap die Mathilde wil meegeven voor de toekomst.
“In de zorg word je snel meegenomen in de waan van de dag,” zegt Mathilde. “Maar je moet niet je beleid maken op incidenten. Juist de lange lijn is belangrijk."
