Netwerkaanpak van diëtist draagt bij aan passende zorg

Diëtisten werken steeds vaker in een netwerkaanpak. Samen met andere zorgverleners zijn zij verantwoordelijk voor goede en passende zorg voor de cliënt. Interprofessionele samenwerking is dan ook essentieel. Hoe geef je daar invulling aan? En hoe kom je samen tot effectiviteitsonderzoek?

2024 07 08 dietisten

 

Lees het hier in een interview met Marianne Pruijssers (foto links) en Marieke Plas (foto rechts) van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten.

Niet zomaar in beeld

Interprofessionele samenwerking en effectiviteitsonderzoek zijn volgens Marieke Plas en Marianne Pruijssers van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten de grote thema’s van de komende jaren. Het gaat dan niet alleen om samenwerking met paramedici, maar ook met andere zorgprofessionals. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij ondervoeding’, aldus Pruijssers. ‘Mensen zijn kwetsbaar als ze niet goed gevoed zijn, ook in de thuissituatie. Het is belangrijk dat we daar met meerdere professionals oog voor hebben. Huisartsen, praktijkondersteuners en wijkverpleging hebben een rol in het screenen en diëtisten in uitgebreide diagnostiek en behandeling. Daarin werken we steeds meer samen, ook met specialisten ouderengeneeskunde. Met elkaar komen we tot goede en passende zorg.’

Blijvende gedragsverandering

De deskundigheid van de diëtist mag beter op de kaart komen, vinden Plas en Pruijssers. ‘In onze visie "De diëtetiek en de diëtist in 2030" staan de 3 pijlers van de diëtetiek beschreven: medische kennis, voedingskennis en kennis van de psyche’, vertelt Pruijssers. ‘Met deze kennis gaan diëtisten samen met cliënten op zoek naar een persoonsgerichte dieetbehandeling. Diëtisten werken vanuit het functioneren van de patiënt aan blijvende gedragsverandering. Daarbij gaat het dus niet alleen om een verandering van het eetpatroon bij obesitas, zoals veel mensen nog denken. Diëtisten behandelen vaak zieke mensen bij wie de voedingstoestand een belangrijk onderdeel vormt van herstel of kwaliteit van leven. Zo zijn ze betrokken bij de behandeling van hart-, vaat- en longziekten, oncologische aandoeningen, ondervoeding bij kwetsbare ouderen en in het voor- en natraject van operaties. Met een goede voedingstoestand kom je beter de operatie door, met minder complicaties. Ook dat is passende zorg.’

 

Diëtisten behandelen zieke mensen bij wie de kwetsbare voedingstoestand een belangrijk onderdeel vormt van herstel of kwaliteit van leven.
Marianne Pruijssers

Toegankelijke en betaalbare zorg

Het Integraal Zorgakkoord sluit aan bij wat diëtisten van huis uit gewend zijn, vindt Plas. ‘De nieuwe kennisagenda van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten is ook ingedeeld volgens thema’s die in het IZA belangrijk zijn. Wij hebben die verwoord als: passende zorg, gezond leven & preventie, interprofessionele samenwerking & substitutie en digitalisering & innovatie.’

Substitutie

Bij substitutie gaat het onder andere om de vraag welke zorg van de tweede naar eerste lijn kan. ‘Cliënten die bij de huisarts komen met darmklachten en verdenking op het prikkelbare darmsyndroom worden vaak doorverwezen naar een maagdarmleverarts voor een colonscopie’, vervolgt Plas. ‘In plaats daarvan kan de huisarts de patiënt ook naar een diëtist verwijzen. De diëtist kan in dit geval een uitgebreide voedings- en klachtenanamnese uitvoeren. Substitutie kan ook plaatsvinden door bij prediabetes niet af te wachten, maar te verwijzen naar een diëtist voor gerichte voedingszorg.’

 

Substitutie kan plaatsvinden door bij prediabetes niet af te wachten, maar te verwijzen naar een diëtist voor gerichte voedingszorg.
Marieke Plas

Breder dan het zorgdomein

De samenwerking kan en moet zelfs breder dan het zorgdomein, vinden Plas en Pruijssers. ‘Vorig jaar is er een nieuwe multidisciplinaire Richtlijn overgewicht en obesitas opgesteld’, vertelt Plas. ‘Onderdeel van de richtlijn is een GLI, een gecombineerde leefstijlinterventie. Zo’n GLI wordt aangeboden door een leefstijlcoach, vaak samen met een diëtist, fysio- of oefentherapeut. Daarbij worden mensen met overgewicht of obesitas in een groep gecoacht naar gezonde voeding en een gezond beweegpatroon. Samenwerken met buurtsportcoaches of beweegprofessionals in de wijk is daarbij van groot belang.’

Ook bij kwetsbare ouderen en bij mensen die eenzaam zijn, zijn er mogelijkheden om gezamenlijk op te trekken in de wijk. ‘Diëtisten hebben aandacht voor de oorzaken en instandhoudende factoren van zowel ondervoeding als overgewicht. Leefstijl, stress, schuldenproblematiek – het kan allemaal meespelen. Diëtisten werken steeds vaker samen in een netwerkaanpak, niet met alleen zorgprofessionals maar ook met deskundigen uit het sociaal domein. Daarvoor is het belangrijk dat diëtisten ook thuis zijn op het gebied van het sociaal domein, dat ze weten naar wie ze kunnen toeleiden.’

Samenwerkingsverbanden versterken

Het is dan ook zaak de samenwerking binnen de zorg en met het sociaal domein goed te organiseren, aldus Pruijssers. ‘ZonMw start nu het programma Versterking organisatie eerstelijnszorg. Dat kan helpen om samenwerkingsverbanden te versterken. Toch drukt de tijd die erbij komt door multidisciplinaire overleggen zwaar op de eerste lijn. De dieetbehandeling door een diëtist zit voor 3 uur in de basisverzekering. Dat is een struikelblok. Daarom moeten we laten zien wat de meerwaarde en effectiviteit is van diëtetiek. Dit staat dan ook in onze nieuwe kennisagenda. Het programma Paramedische Zorg van ZonMw is daarbij een belangrijke ondersteuning. Zonder de ZonMw-gelden zouden we niet zoveel kunnen doen aan onderzoek en richtlijnontwikkeling.’

De effectiviteit van diëtetiek op het gebied van ondervoeding en obesitas is inmiddels aangetoond. ‘Intussen zijn we in co-creatie met diëtisten en cliënten bezig een toolbox te ontwikkelen’, aldus Pruijssers. ‘Doel is om de effectieve elementen van de dieetbehandeling op de juiste momenten en bij de juiste patiënten te kunnen inzetten. Deze werkwijze kan in de toekomst ook bij andere aandoeningen gebruikt worden. Zo werken we toe naar aantoonbaar effectieve diëtetiek, om op die manier de kwaliteit van zorg voor kwetsbare doelgroepen verder te verhogen.’

Bron: ZonMW, auteur Astrid van den Berg

 

Meer informatie